Eerste tabblad: de religieuze mens
Uit: http://rorate.com/vnieuws/nieuws/19-vlaanderen/41110
Gepubliceerd op vrijdag 28 december 2007 13:15
André T’Jampens, was pastoor-emeritus van Ouwegem, en is in Deinze overleden op 24 december 2007. Hij werd geboren in Nazareth op 8 september 1922 en in Gent tot priester gewijd op 13 april 1947. E.H. T’Jampens, lic. wijsbegeerte, was achtereenvolgens leraar aan het college in Oudenaarde (14 april 1947) en onderpastoor in Destelbergen (31 januari 1954), Gent Sint-Macharius (10 september 1962). Nadien was hij pastoor in Destelbergen Pius X (30 september 1965) en in Ouwegem (27 oktober 1967). Hij ging op rust op 3 april 1978.
De redactie van deze website voegt hier nog aan toe dat hij eveneens docent filosofie en logica was aan het ‘HIVO’, het Hoger Instituut Voor Opvoedkunde te Antwerpen, en dit vanaf 1957. In juni 2000 – hij was toen 78 jaar- gaf hij er zijn laatste les.
Wat hem zo uniek maakte was niet alleen zijn enorme belezenheid, zijn verregaande inzichten in vele levensproblemen, maar vooral het feit dat hij als een echte “Ebed Jahweh” de kwalen (kanker, ischias, diabetes…) van zijn medemens op zich kon nemen. Die medemens herstelde dan op een opvallende wijze, en meestal tot grote verbazing van de medische wereld. In de meest letterlijke zin van het woord was hij er dan zelf behoorlijk ziek van, maar hij genas sneller. Hij hielp de mensen altijd belangeloos en “zonder onderscheid des persoons”. “Er is een probleem en dat moet opgelost worden” zo stelde hij het, en dit onafhankelijk van de levensovertuiging van de medemens die moest geholpen worden. Hij zei steeds dat de energie, vereist voor de genezing, van de Triniteit kwam.
Het moest allemaal in stilte gebeuren. Onze cultuur heeft inderdaad wetten die zulke praktijken verbieden. Zelfs als de medische wetenschap zegt machteloos te staan, dan nog is een heilzaam gebruik van zulke helende energieën niet toegelaten. En dit omwille van de talrijke misbruiken die er ontegensprekelijk ook bestaan. Zulk een gebrek aan onderscheid blijft toch tot nadenken stemmen.
Uit: De standaard,
van zaterdag 31 januari 2008.
Twee grote leraars
Enkele dagen geleden werd Jozef Mertens begraven. Niet lang voor hem overleed in Nazareth een andere priester op rust, André T’jampens. Ze waren beiden licentiaat filosofie. Ze werden meer dan 80 jaar oud. Hun beeld is mij nog steeds zeer nabij.
Het was een andere universiteit toen, met amper meer dan 4.000 studenten. We vonden dat toen zeer veel, stel u voor. Ik was vanuit het atheneum van Aalst gekomen om in Gent rechten en wijsbegeerte te studeren, met veel belangstelling, een echt kind van de eerste generaties van de democratisering van het onderwijs. De ideologische tegenstellingen waren aan de universiteit, onder de studenten, naar mijn gevoel krachtiger en scherper dan nu, aanzienlijk zelfs. Men was vrijzinnig of katholiek; velen toonden dat door een zwarte of een rode studenten-pet te dragen. En binnen de vrijzinnigen was het ook nog niet simpel: liberalen, socialisten, linkse radicalen, communisten,… En dan waren er nog eens de flaminganten – waaronder ik – en de franskiljons…
Terug naar onze twee doden. Men moet zich de zogeheten studentenparochie voorstellen, het aloude Sint-Thomasgenootschap, het KUC zoals het genoemd werd. Ik was er terechtgekomen, al kwam ik dan van het atheneum, door mijn ambivalente religieuze achtergrond, vooral door mijn moeder gedragen. En ik kwam in een soort filosofische wereld terecht waar André T’jampens en Jef Mertens erin slaagden honderden studenten door de jaren heen te boeien met hun avondlessen en hun middagcauserieën. Helemaal geen preken, helemaal geen devotie.
Wel over Nietzsche, over Freud, over godsdienstpsychologie, over godsdienst-sociologie, over Martin Heidegger… De zaal zat vol, week na week, zeker twintig maal per academiejaar. En die zaal, daar aan de Kortrijksepoortstraat, vlakbij de stille kapel van Schreiboom, was groot.
Ik herinner mij de discussies daarna, in de Rotonde, het café op de hoek, met mijn vriend voor het leven, Paul Bauters, later vrederechter én een van onze weinige molendeskundigen, met wie de geliefkoosde thema’s hernomen werden. Over vrijheid, over innerlijke vrede door wijsgerig denken, over fundamentele opties in het leven… En met vele anderen, met Etienne Vermeersch, die toen ook al van het rechte pad van het katholicisme was afgeweken, zoals ik het kort nadien ook zou doen…
Jaap Kruithof was mijn belangrijkste prof in de wijsbegeerte aan de universiteit. Ik herinner mij de enorme tegenstelling tussen die twee filosofische werelden: André T’jampens en Jef Mertens enerzijds en Jaap Kruithof en velen met hem anderzijds.
Dit alles toont aan dat er een intense geestelijke belangstelling heerste in die pre-mei ’68 jaren, een groot debat, dat voortdurend aanwezig was. Al vergaten we natuurlijk niet dat het studentencafé en de dancing – toen ook al – van even groot belang waren.
Die twee leraars zal ik altijd blijven gedenken nu de engelen hen ten paradijze hebben geleid.
een anonieme getuigenis van een oud-student